Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5613.

Onderdeel 2 voegt aan het voorgaande toe dat de beslissing van het Hof in elk geval van een onjuiste rechtsopvatting getuigt, omdat het stelstel als neergelegd in de LvAZV (in het bijzonder hoofdstuk V daarvan) juist voorziet in het sluiten van overeenkomsten naar burgerlijk recht tussen het Uitvoeringsorgaan en de apotheken en, naar ook volgt uit de memorie van toelichting bij de LvAZV (p. 12), een rechtsverhouding naar burgerlijk recht tussen het Uitvoeringsorgaan en de apotheken is beoogd. Bij deze stand van zaken kan, bij gebreke van een (expliciete) wettelijke grondslag voor de uitoefening van een bestuursbevoegdheid door het Uitvoeringsorgaan, zijn weigering bij brief van 24 april 2006 niet als een beschikking in de zin van art. 2 LAR worden aangemerkt, uitsluitend omdat daarmee een publieke taak wordt uitgevoerd. Ter onderbouwing wijst het onderdeel op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna ook de Afdeling) van 20 juni 2007(14), LJN: BA7617, JB 2007, 148, over de vrijwel identieke bepalingen van de art. 44 en 47 Ziekenfondswet (oud).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34a1373c40daa1e3fb151a2d2b37c879979268e0b4d8543689704ed6b8f7e90f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34a1373c40daa1e3fb151a2d2b37c879979268e0b4d8543689704ed6b8f7e90f, en de alinea staat in dat document op bytes 13746 tot 14855.