Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 98 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5613.

Zoals ook in de memorie van toelichting bij de LvAZV is gesignaleerd (zie hiervóór onder 2.8), heeft de verhouding tussen het Uitvoeringsorgaan en de door dat orgaan gecontracteerde aanbieders van zorg, anders dan de verhouding tussen het Uitvoeringsorgaan en de verzekerden, een privaatrechtelijk karakter. Dat geldt mijns inziens mutatis mutandis ook in de situatie waarin een (formele) overeenkomst zoals in de LvAZV bedoeld ontbreekt, maar, zoals in de onderhavige situatie en al dan niet op grond van ad-hocovereenkomsten of een in de loop der tijd feitelijk gegroeide wilsovereenstemming, met wederzijds goedvinden de praktijk wordt gevolgd dat de zorgaanbieder de verzekerde bepaalde voorzieningen verstrekt en de daaraan verbonden kosten bij het Uitvoeringsorgaan in rekening brengt. Ook in een dergelijke situatie is een geschil over de hoogte van de door de zorgaanbieder bij het Uitvoeringsorgaan ingediende declaratie niet van bestuursrechtelijke maar van privaatrechtelijke aard. De weigering van betaling van een dergelijke declaratie is niet een (bestuursrechtelijk relevant) besluit, maar (de weigering van) een rechtshandeling naar burgerlijk recht. De bevoegdheid om daarover te oordelen komt niet toe aan de LAR-rechter, maar - uitsluitend - aan de civiele rechter.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/34a1373c40daa1e3fb151a2d2b37c879979268e0b4d8543689704ed6b8f7e90f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 34a1373c40daa1e3fb151a2d2b37c879979268e0b4d8543689704ed6b8f7e90f, en de alinea staat in dat document op bytes 40841 tot 42140.