Citaat | Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 10 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU5620.

2.6 Anders dan de klacht veronderstelt, heeft het hof in rov. 4.5 niet tevens een oordeel gegegeven over de vraag of [eiser] - op wie volgens het hof in rov. 4.5 de stelplicht rust - met betrekking tot het causaal verband voldoende heeft gesteld om tot bewijslevering te worden toegelaten. Tot dat oordeel is het hof eerst gekomen in rov. 4.6 - 4.9. Het hof heeft daartoe in rov. 4.6 de door de klacht bedoelde stellingen en verklaringen van [eiser] weergegeven, en in rov. 4.7 het door UAS gevoerde verweer. In rov. 4.8 heeft het hof uiteengezet waarom de stellingen van [eiser] in het licht van het verweer tekortschieten, waarbij het hof uitdrukkelijk op de verklaringen van de voormalige chef en de fysiotherapeut is ingegaan. Het feitelijk oordeel van het hof is geenszins onbegrijpelijk en leent zich niet voor een verdergaande toetsing in cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7b2846a22bd6173addbc98b838babf13b1bd885d398b9dfe67e05f810445c144. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7b2846a22bd6173addbc98b838babf13b1bd885d398b9dfe67e05f810445c144, en de alinea staat in dat document op bytes 15996 tot 16864.