Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 185 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.

Het hof constateert met de verdediging dat sprake is van aan aantal onderzochte sporen uit de woning van het slachtoffer, waarin - zeer geringe dan wel net te detecteren hoeveelheden - mannelijk DNA-materiaal is aangetroffen. Het hof stelt echter tevens met de verdediging vast dat niet zonder meer kan worden gezegd dat dit dadersporen betreft, ook al zijn die sporen deels op het lichaam en de kleding van het slachtoffer aangetroffen. Dit kan - zoals hierboven in r.o. 18 reeds uitvoerig is overwogen - naar 's hofs oordeel juist wel worden gezegd van de vele DNA-sporen van de verdachte die op de plaats delict zijn aangetroffen. Gelet daarop en mede in het licht van de overige, de verdachte belastende, feiten en omstandigheden zoals hiervóór vermeld, is het hof van oordeel dat hetgeen op dit punt is aangevoerd, niet kan leiden tot de door de verdediging getrokken conclusie. Het hof merkt nog op dat (onder meer door middel van DNA-onderzoek) is onderzocht of er sporen waren die zijn terug te voeren op [getuige 2]. Dat is niet het geval gebleken. Het hof verwerpt derhalve het verweer. (...)"

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 53825 tot 54943.