Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Alinea 209 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.
Dit heb ik gedaan omdat 'meneer G' dat vroeg en omdat ik bang was. 'Meneer G' liet namelijk doorschemeren dat hij meer van de genoemde beroving wist. Nadat het slachtoffer was omgekomen, ben ik 'meneer G' nog eens tegengekomen. Later heeft hij bovendien indirect mijn dochter [betrokkene 12] bedreigd. In het Huis van Bewaring heb ik inderdaad tegen mijn man [betrokkene 9] gezegd: "lk wilde kijken of ik dat bankpasje kon vinden. Ja, ik was er al een paar keer geweest, ik raakte in paniek toen zij mij betrapte. Ik heb een soortgelijk verhaal ook verteld aan mijn raadslieden. Dat verhaal was echter niet waar. Ik wilde de schuld op mij nemen, om mijn dochter en de rest van het gezin tegen 'meneer G' te beschermen. Ik heb gedaan alsof ik de moord had gepleegd. Ik deed dat liever, dan dat mijn dochter altijd over haar schouder zou moeten kijken."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 67822 tot 68686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50 | shasum -a 256