Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 241 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.

Het hof gaat er gelet op het bovenstaande van uit dat de verdachte en haar echtgenoot tijdens het OVC-gesprek daadwerkelijk spraken over het ten laste gelegde en dat de verdachte - binnen de door haar veronderstelde beslotenheid van dat gesprek - de waarheid heeft gesproken. Daarbij is van belang dat het hof - anders dan de verdediging - van oordeel is dat hetgeen zij met haar echtgenoot heeft besproken op belangrijke onderdelen past in de bevindingen van het forensisch technische onderzoek. Immers, de mededeling tijdens het OVC-gesprek dat zij wilde kijken of zij dat bankpasje kon vinden, past in de bevinding dat de woning van het slachtoffer was doorzocht. Haar mededelingen dat zij in paniek raakte toen zij (het hof begrijpt: het slachtoffer) haar betrapte, dat ze het niet wil hebben over de vraag of ze toen één keer heeft gestoken en haar bevestigende antwoord op de volgende vraag of het dus zo ernstig was, passen naar 's hofs oordeel bij het in casu toegepaste, excessieve geweld, waarbij het slachtoffer - volgens het sectierapport - meermalen is gestoken. Anders dan de verdediging ziet het hof - mede gelet op het feit dat de precieze toedracht van het misdrijf niet is vast te stellen - niet in waarom het aantreffen van het slachtoffer in haar hal in strijd zou zijn met de in het OVC-gesprek genoemde zoektocht naar het bankpasje en een daarop volgende betrapping.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 77169 tot 78572.