Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Alinea 248 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.
5.7. Bij de bespreking van deze klacht moet worden vooropgesteld dat als uitgangspunt heeft te gelden dat ingeval een verdachte het hem tenlastegelegde bestrijdt met een alternatieve lezing van de gebeurtenissen, die niet met een bewezenverklaring zou stroken, de rechter - indien hij tot een bewezenverklaring komt - die aangedragen alternatieve gang van zaken zal moeten weerleggen. Dat kan geschieden door opneming van bewijsmiddelen of vermelding, al dan niet in een nadere bewijsoverweging, van aan wettige bewijsmiddelen te ontlenen feiten en omstandigheden die de alternatieve lezing van de verdachte uitsluiten. Een dergelijke weerlegging is echter niet steeds vereist. In voorkomende gevallen zal de rechter ter weerlegging kunnen oordelen dat de door de verdachte gestelde alternatieve toedracht niet aannemelijk is geworden dan wel dat de lezing van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde moet worden gesteld. Ten slotte kunnen zich gevallen voordoen waarin de lezing van de verdachte zo onwaarschijnlijk is, dat zij geen uitdrukkelijke weerlegging behoeft.(10)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 82634 tot 83722.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50 | shasum -a 256