Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 249 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.

5.8. Wat betreft de onderbouwing van 's Hofs oordeel dat de alternatieve lezing van de verdachte dat zij op 5 maart 2009 [getuige 2] in het portiek van de flat is tegengekomen wordt uitgesloten door de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, wijs ik op noot 83 van de bestreden uitspraak waarin wordt verwezen naar twee getuigenverklaringen van [getuige 2]. Het motief dat de verdachte zegt te hebben gehad voor haar uitlatingen tijdens het OVC-gesprek is zoals gezegd door het Hof als onaannemelijk dan wel ongeloofwaardig terzijde geschoven. Dat is voldoende. Voor verdere toetsing is in cassatie geen plaats.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 83742 tot 84364.