Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 256 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.

6.3. Hoewel dat niet met zoveel woorden uit de schriftuur volgt, bedoelt de steller van het middel kennelijk te klagen dat het Hof is afgeweken van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, maar onvoldoende de redenen heeft opgegeven die daartoe hebben geleid. De steller van het middel klaagt dat het Hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verklaringen van de familie [van getuige 2] slechts op ondergeschikte punten van elkaar afwijken. Volgens de steller van het middel zijn de thema's die aan de orde zijn beslist niet van ondergeschikt belang. Hij wijst daarbij bij wijze van voorbeeld in het algemeen naar drie thema's. Indachtig de verklaring van de verdachte dat zij is bedreigd en onder druk gezet door [getuige 2] en gelet op de moeite die de familie [van getuige 2] zich kennelijk heeft getroost om de verdachte verdachte te maken, is het, aldus de steller van het middel, onbegrijpelijk dat het Hof zonder nadere motivering deze (en andere) opmerkelijkheden niet van invloed heeft geoordeeld op de betrouwbaarheid van de verklaringen van deze getuigen. De onderbouwing van het Hof op dit punt is daarom ontoereikend en/of onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 87103 tot 88265.