Citaat | Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 31 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6064.

13. [Verdachte] kwam als verdachte in beeld omdat zij op 6 maart 2009 de boodschappendienst van het slachtoffer heeft gebeld. Getuige [getuige 3], medewerkster van de Troefmarkt, verklaart daarover dat zij het slachtoffer kende van de wekelijkse telefonische bestellingen die zij deed. Zij werd op vrijdagochtend, 6 maart 2009, gebeld door een vrouw die zij volgens haar nooit eerder aan de telefoon had gehad en die vertelde dat zij van Thuiszorg was en de hulp van het slachtoffer. Zij informeerde bij [getuige 3] of het slachtoffer vandaag de boodschappen nog kreeg. [Getuige 3] heeft toen doorgegeven dat de boodschappen van het slachtoffer al op donderdag waren bezorgd. De vrouw vertelde toen dat zij niet wist of het slachtoffer volgende week thuis zou zijn. Volgens haar moest het slachtoffer vandaag naar het ziekenhuis in verband met haar ogen. Zij wist niet of het slachtoffer in het ziekenhuis zou moeten blijven. [Getuige 3] verklaart voorts dat zij het wel vreemd vond dat de vrouw van Thuiszorg op vrijdagochtend belde om te vragen of de boodschappen al waren bezorgd. Deze werden namelijk al vanaf eind oktober 2008 op donderdag bezorgd bij het slachtoffer. Vóór eind oktober werden de boodschappen volgens [getuige 3] wel op vrijdagochtend bezorgd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e4f56fc7ccffb669dc92200564b763b395c1f8b0252a85f6028c8f1ada2b9e50, en de alinea staat in dat document op bytes 13100 tot 14380.