Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 113 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.
Het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft begaan kan door de rechter slechts worden aangenomen indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft gekregen. De rechter is volgens vaste jurisprudentie vrij in de selectie en waardering van de bewijsmiddelen. Het rechterlijk oordeel is in de kern een waarschijnlijkheidsoordeel. De waarschijnlijkheid dat de verdachte het feit heeft begaan, moet zo hoog mogelijk zijn, wil de rechter tot een veroordeling komen. De ondergrens voor de mate van waarschijnlijkheid die nodig is om tot een veroordeling te komen, is het bestaan van redelijke twijfel. Dit is beredeneerde, rationele twijfel en geen sentiment, althans dat behoort het in mijn ogen niet te zijn. Zodra er ruimte is voor redelijke twijfel moet de rechter vrijspreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 53559 tot 54431.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d | shasum -a 256