Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 145 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.

Het uitoefenen van de verdedigingsrechten wordt allereerst beheerst door het nemo tenetur-beginsel dat vooral betrekking heeft op de positie van de verdachte en er in de kern op neerkomt dat de verdachte in beginsel niet gedwongen kan worden om aan het strafrechtelijk onderzoek of zijn veroordeling mee te werken. Daarnaast is er de presumptie van onschuld die inhoudt dat degene die strafrechtelijk wordt vervolgd, door de vervolgende en rechtsprekende instanties voor onschuldig wordt gehouden, totdat - buiten redelijke twijfel - in rechte zijn schuld is komen vast te staan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 69231 tot 69823.