Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 244 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.
6.3.12 Dat aangetroffen DNA sporen niet hoeven te wijzen op betrokkenheid bij de moord blijkt bijvoorbeeld uit de haar die gevonden is van de zus van het slachtoffer. Dat aangetroffen DNA sporen reeds lange tijd voor de moord kunnen zijn achtergelaten, blijkt bijvoorbeeld uit de konijnenharen die zijn aangetroffen op het plaats delict. Haren die niet alleen in tijd maar ook in oorsprong de nodige afstand hebben afgelegd, getuige de verklaring van de moeder van de verdachte, dat het konijn nooit op de zolderkamer liep, maar enkel beneden in de woonkamer. Dat aangetroffen DNA sporen tenslotte, alternatieve scenario's niet uitsluiten, blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat in meerdere DNA-monsters kenmerken zijn gevonden van een of meer mannelijke donoren. Onbekend gebleven mannelijke donoren waarvan de verdediging zich afvraagt, hoe hun DNA is terechtgekomen op het plaats delict.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 108531 tot 109432.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d | shasum -a 256