Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 320 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.

5.4 In de hiervoor onder 3.3 weergegeven "Overwegingen met betrekking tot het voorhanden bewijsmateriaal" heeft het hof de redenen opgegeven die tot de vrijspraak hebben geleid. De steller van het middel heeft aangevoerd dat de op de badjas van het slachtoffer aangetroffen sporen, in het bijzonder de sporen [AHH372]#9, #10 en #12, het vuil onder de nagels van de rechterhand van het slachtoffer, de schoenzoolsporen, de gevonden lichaamsharen en het op het blote onderbeen van het slachtoffer aangetroffen berkenboomzaadje deel uitmaken van de kern van de door de advocaat-generaal gepresenteerde bewijsconstructie en dat het hof op onderdelen daarvan ten onrechte niet of niet op een afdoende begrijpelijke wijze heeft gereageerd. Het hof is dan ook onvoldoende gemotiveerd afgeweken van het door de advocaat-generaal ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt ter zake de bewijsvoering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 127535 tot 128441.