Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 345 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.

Voorts is aangevoerd dat de dader de badjas bij het verplaatsen van het lichaam kennelijk omhoog heeft getrokken aan de revers of aan de bovenarmen. Verder heeft de dader de badjas bij de kraag aangeraakt om een kabelbinder om haar nek aan te leggen en deze aan te trekken. Daarom is de badjas opnieuw op deze locaties bemonsterd. De sporen zijn dadersporen door het feit dat het slachtoffer in de badjas is aangetroffen en juist die locaties op de badjas een redelijke verklaring geven in samenhang met het omleggen van de kabelbinder en het verslepen van het lichaam dat de uitgang van de zolderkamer blokkeerde. Het slachtoffer had geen enkele andere gelegenheid om biologisch materiaal van verdachte op haar badjas te verwerven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 142439 tot 143184.