Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Alinea 348 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.
Het hof heeft er echter geen blijk van gegeven bij zijn oordeel te hebben betrokken dat, zoals door de advocaat-generaal in het requisitoir is uiteengezet, de "sterke" sporen op verschillende plaatsen op de badjas, te weten op de buitenzijde van de kraag (spoor [AHH372]#9), de binnenzijde van de kraag (spoor [AHH372]#10) en de buitenzijde van de badjas ter hoogte van de borst/rechterschouder (spoor [AHH372]#12), zijn aangetroffen waar dadersporen redelijkerwijs te verwachten zijn en passen in het verloop van dit specifieke misdrijf en, zo lees ik, waar sporen afkomstig van reguliere contacten nauwelijks voor de hand lijken te liggen. Zoals ik hiervoor al aangaf heeft het hof zich over de sporen #3, #11, #14, #15 en #17 niet uitgelaten. Ten onrechte, omdat volgens het hof aan die sporen klaarblijkelijk wel bewijswaarde kan toekomen, maar dan in relatie tot andere sporen waarvan wel vaststaat dat die door verdachte zijn achtergelaten. Zulke sporen zijn er echter wel degelijk: de sporen #9, #10 en #12. Juist vanwege de plaats waar de sporen #9, #10 en #12, maar zeker ook de overige sporen zijn aangetroffen is het feit dat het aangetroffen lichaamsmateriaal van verdachte afkomstig is redengevend voor het bewijs dat hij het slachtoffer van het leven heeft beroofd. En dan wordt weer relevant wat de steller van de schriftuur ter toelichting op het eerste middel heeft aangevoerd, dat verdachte geen antwoord heeft willen geven op vragen over deze redengevende feiten. Gelet op de plaats op de badjas waar de sporen zijn aangetroffen, zeker als men daarbij ook de "zwakke" sporen betrekt, ligt het scenario dat de advocaat-generaal heeft geschetst en waarin geweld tegen het slachtoffer een rol speelt veel eerder voor de hand dan een alternatief scenario dat geen enkele feitelijke invulling krijgt. Het te hulp roepen van de eigen fantasie om te verzinnen hoe het op een andere manier mogelijk is dat deze sporen juist op deze plaatsen zijn aangetroffen kan mijns inziens het gat dat het zwijgen van verdachte doet ontstaan niet vullen. Nu de op de badjas aangetroffen sporen, en met name de sporen #9, #10 en #12, onderdeel uitmaken van de kern van de door de advocaat-generaal gepresenteerde bewijsconstructie(28) en in aanmerking genomen hetgeen het requisitoir daaromtrent inhoudt, behoeft 's hofs oordeel dat niet vast staat dat verdachte het spoor ter gelegenheid van het delict heeft veroorzaakt, daarom nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 144585 tot 147044.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d | shasum -a 256