Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 356 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.

5.7.1 Het middel komt onder 5.8 op tegen 's hofs oordeel dat, zo de drie aangetroffen haren, te weten de sporen [AHH360]#1, [ACE899]#1 en [ARA458]#1, al van de verdachte zijn, niet kan worden uitgesloten dat die op een ander moment in de woning van het slachtoffer zijn achtergelaten, mede gelet erop dat de verdachte als aangetrouwd familielid en gast van de familie eerder in de woning aanwezig is geweest, waarbij het hof er bovendien nog op gewezen heeft dat ook haren van een onverdacht persoon en dierenharen op het slachtoffer zijn aangetroffen.(35) De steller van het middel heeft aangevoerd dat 's hofs overweging dat niet kan worden uitgesloten dat de haren op een ander moment in de woning van het slachtoffer zijn achtergelaten niet zonder meer begrijpelijk is, nu in het requisitoir de nadruk is gelegd op de combinatie van de drie passende haren, hun vindplaats op het slachtoffer en het passende mtDNA-profiel. Gelet hierop had het hof ook niet in het midden kunnen laten of de aangetroffen haren van de verdachte afkomstig zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 151092 tot 152149.