Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 372 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6250.

Hieruit volgt dat het hof, dat de rechtbank in haar oordeel heeft gevolgd, uit de resultaten van het forensisch onderzoek naar technische sporen niet zonder meer kan afleiden dat het slachtoffer een voor haar bekende dader de woning heeft binnengelaten en niet uitsluit dat de dader de avond van 11 juli 2006 de woning op een andere wijze, met welk doel dan ook, is binnengekomen. 's Hofs oordeel dat niet is uitgesloten dat een onbekende op enigerlei wijze het huis is binnengekomen is, in aanmerking genomen hetgeen de advocaat-generaal heeft betoogd, speculatiever en daarom minder voorstelbaar dan het scenario dat de advocaat-generaal heeft geschetst. Maar enkel op zichzelf beschouwd en losgemaakt van de andere belastende omstandigheden die de advocaat-generaal heeft aangevoerd is de redenering van het hof niet volstrekt onbegrijpelijk of onredelijk, ook niet in het licht bezien van de omstandigheid dat het hof in een ander verband waarde heeft gehecht aan het feit dat de verdachte als aangetrouwd familielid en gast van de familie eerder in de woning aanwezig is geweest, en behoeft geen nadere motivering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8df5df08599a7a4a0b1e64f2f0cdc09eae020541e0c906f55e437a79d841873d, en de alinea staat in dat document op bytes 162533 tot 163666.