Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Alinea 61 Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6509.

3.11 De onderdelen 3 en 4 falen. Het hof heeft niet geoordeeld dat [verweerder 2], in de tijd dat hij commissaris was, (tevens) statutair bestuurder was en in die hoedanigheid werkzaamheden op het niveau van directievoering heeft uitgevoerd (onderdeel 3), of dat de leden van de RvC bij het uitoefenen van werkzaamheden op het niveau van directievoering niet optraden als lid van de RvC (onderdeel 4). 's Hofs overweging dat de leden van de RvC als directielid zijn opgetreden en [verweerder 2] werkzaamheden heeft verricht als lid van de directie (rov. 4.11.3-4.11.4) houdt m.i. niet meer in dan dat het hof - terecht - geconstateerd heeft dat de leden van de RvC, waaronder [verweerder 2], die werkzaamheden hebben verricht zonder dat zij hun hoedanigheid als commissaris hebben verloren. M.i. impliceert dit dat het hof tevens van oordeel is dat de leden van de RvC niet formeel zijn benoemd tot directielid. Het hof koppelt het verrichten van die werkzaamheden in rov. 4.11.4 immers expliciet aan het besluit van de AvA van 27 juni 2002 om de directievoering tijdelijk aan de RvC te laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/993ef7bc68d7e94727ce2903db7dcbda8dee476a7382756b5f47aa54c1f21b4e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 993ef7bc68d7e94727ce2903db7dcbda8dee476a7382756b5f47aa54c1f21b4e, en de alinea staat in dat document op bytes 21121 tot 22228.