Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6510.

1.4. Op het hoger beroep van de man tegen dit tussenvonnis heeft het gerechtshof te 's-Gravenhage bij arrest van 23 mei 2001 enige grieven gegrond bevonden, maar niettemin met aanvulling van gronden de tussenbeslissing van de rechtbank bekrachtigd. Het hof was anders dan de rechtbank van oordeel dat het aan de vrouw uitgekeerde smartengeld niet is aan te merken als 'inkomsten' in de zin van het verrekenbeding (rov. 4.3). Het hof achtte van belang dat de man de aandelen heeft gefinancierd met geleend geld en dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat (een deel van) de financiering ten laste van zijn privévermogen is gekomen. Het hof overwoog dat de aandelen daarom kunnen worden aangemerkt als een gemeenschappelijke besparing en belegging, waarvan het rendement dient toe te komen aan beide partijen (rov. 4.2).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7, en de alinea staat in dat document op bytes 9630 tot 10463.