Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012

Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6510.

2.8. Het subonderdeel gaat ervan uit dat na verwijzing tussen partijen vaststond dat in ieder geval 11/30ste deel van de waarde(-stijging) van de aandelen tussen partijen moest worden verrekend. Indien het hof in rov. 3.3 en rov. 4.2 van het arrest van 20 januari 2005 heeft bedoeld dat na verwijzing vaststond dat slechts 11/30ste gedeelte van de waarde(-stijging) van de aandelen in de verrekening moest te worden betrokken, heeft het hof volgens de klacht miskend dat op grond van het bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW de verkrijging van de aandelen en de daaruit voortvloeiende waardestijging moeten worden geacht te zijn gefinancierd met overgespaarde 'inkomsten' als bedoeld in de akte van huwelijkse voorwaarden, "behoudens indien en voor zover de man stelt en aannemelijk maakt dat (een deel van) de financiering ten laste is gekomen van zijn privévermogen". Volgens de toelichting op deze klacht had de feitenrechter vóór verwijzing en heeft ook de Hoge Raad geen uitspraak gedaan over de vraag, wat rechtens is indien een beroep op het wettelijk bewijsvermoeden wordt gedaan. Subsidiair klaagt het middelonderdeel over een ondeugdelijke motivering van dit (veronderstelde) oordeel van het hof.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7, en de alinea staat in dat document op bytes 22573 tot 23799.