Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012
Alinea 48 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6510.
2.10. In dit geding behoorde vanaf het eerste vonnis (dat van 16 december 1999) tot de vaststaande feiten: dat de aflossing van de lening van f 30.000,- waarmee de aankoop van de aandelen is gefinancierd, is geschied voor een bedrag van f 11.000,- (11/30ste deel) met geld dat de man had ontvangen als inkomsten uit arbeid, en dat het restant van de leenschuld (19/30ste deel) is afgelost met een bedrag van f 19.000,-, dat de vrouw heeft betaald uit een bedrag van f 50.000,-, dat zij van een derde had ontvangen als smartengeld. Het verrekenbeding, waarop de vrouw in de feitelijke instanties haar aanspraak had gebaseerd, had uitsluitend betrekking op de periodieke verrekening van 'inkomsten', aan welk begrip in de akte van huwelijkse voorwaarden een bepaalde betekenis is gegeven. Het gerechtshof te Amsterdam is ervan uitgegaan - en moest ervan uitgaan, zie HR rov. 3.3 - dat de smartengelduitkering niet als 'inkomsten' in de zin van het verrekenbeding was aan te merken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7, en de alinea staat in dat document op bytes 24299 tot 25292.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0cb0f39b38b2a9293eacc9144db17138a6bac4f66d205d51eb33cc0f60a82c7 | shasum -a 256