Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012
Alinea 18 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6908.
7. Het oordeel van het Hof dat het niet (kunnen) raadplegen van een advocaat door verdachte voorafgaand aan het verhoor door de opsporingsambtenaren i.c. geen schendig oplevert van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM en derhalve geen vormverzuim als bedoeld in art. 359a Sv oplevert, is niet onbegrijpelijk. Het Hof heeft in aanmerking genomen dat verdachte niet van haar vrijheid was beroofd; zij niet was aangehouden, zij vrijwillig is meegegaan naar het kantoor van de gemeentelijke sociale dienst alwaar zij is verhoord en aan haar, voorafgaand aan het verhoor, tevens de cautie is verleend. Onder deze omstandigheden heeft het Hof redelijkerwijs kunnen oordelen dat verdachte, die zich niet in een situatie bevond waarin haar (bewegings)vrijheid in significante mate was beperkt door de opsporingsambtenaren, niet in haar recht op een eerlijk proces is geschaad, doordien zij voorafgaand aan het verhoor niet actief in de gelegenheid is gesteld een advocaat te raadplegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8850fa33eac8a8938fcd11e021beeb22b4cbda5ce73cf4ed82c1cc89666d2187. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8850fa33eac8a8938fcd11e021beeb22b4cbda5ce73cf4ed82c1cc89666d2187, en de alinea staat in dat document op bytes 8551 tot 9564.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8850fa33eac8a8938fcd11e021beeb22b4cbda5ce73cf4ed82c1cc89666d2187 | shasum -a 256