Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6908.

8. De overweging van het Hof dat aangenomen kon worden dat verdachte door vrijwillig mee te werken aan het verhoor daarmee afstand heeft gedaan van achterliggende rechten zoals het raadplegen van een raadsman, acht ik niet begrijpelijk. Van afstand van een consultatierecht kan slechts sprake zijn als verdachte van dat recht op de hoogte is. (1) Daaromtrent is echter niets vastgesteld. Het is in beginsel aan het Hof om vast te stellen of bij een verhoor waaraan vrijwillig wordt meegewerkt de omstandigheden van dien aard zijn dat de verdachte op het recht om een advocaat te consulteren moet zijn gewezen. In het oordeel van het Hof ligt besloten dat in de vastgestelde omstandigheden de opsporingsambtenaren niet verplicht waren verdachte te wijzen op het recht van consultatie van een advocaat (geen 'positive obligation'). Dat oordeel is niet onbegrijpelijk en geeft geen blijk van een verkeerde rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8850fa33eac8a8938fcd11e021beeb22b4cbda5ce73cf4ed82c1cc89666d2187. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8850fa33eac8a8938fcd11e021beeb22b4cbda5ce73cf4ed82c1cc89666d2187, en de alinea staat in dat document op bytes 9584 tot 10516.