Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6933.

3.6. De bewijsmiddelen 1 tot en met 21 hebben betrekking op feit 3. Uit deze bewijsmiddelen is op te maken dat [medeverdachte 3], het bedrijf van de broer van verdachte, personeel uitleende aan [B], het bedrijf van verdachte en daarvoor factureerde. Maar die facturen waren niet in overeenstemming met de werkelijkheid. In de week-urenstaten werden niet alle gewerkte (over)uren toegerekend aan de werknemers die deze uren hadden gemaakt. De uren die aldus werden opgespaard werden uiteindelijk, in de week-urenstaten die als bijlage werden gevoegd bij de facturen, toegerekend aan anderen. Maar deze anderen hebben nooit werkzaamheden ten behoeve van [B] verricht. De bewijsmiddelen 6, 7 en 10 tot 14 bevatten verklaringen van werknemers die voor [B] werken maar een aantal personen die vermeld zijn in de bijlagen bij de facturen niet kennen. Het komt er dus op neer dat uiteindelijk een dienstverband met deze 'spookwerknemers' wordt gesuggereerd dat niet heeft bestaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2901665f02134e17342e24aaba5b18e472f53db0a2fd8ba6a8a0bbe5d3c7b7f7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2901665f02134e17342e24aaba5b18e472f53db0a2fd8ba6a8a0bbe5d3c7b7f7, en de alinea staat in dat document op bytes 13243 tot 14229.