Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012
Alinea 26 Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 februari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7245.
Men is geneigd te denken dat in een dergelijke situatie ook van de appelrechter niet kan worden verlangd dat die "op eigen houtje" de vraag gaat onderzoeken, welke van een veelheid aan aangevoerde stellingen mogelijk bedoeld kunnen zijn als voorwerp van een ongespecificeerd gedaan tegenbewijsaanbod. Waar dat immers geheel in het ongewisse is gelaten, vergt dat zowel van de rechter als van de wederpartij in te vergaande mate, dat die hun positie aan de hand van ten processe onduidelijk gebleven materie (moeten) bepalen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/41fc55d23aa0271cdbd450b1c3ba3a69ba8f5ed0e97a8b06df318c195f18529a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 41fc55d23aa0271cdbd450b1c3ba3a69ba8f5ed0e97a8b06df318c195f18529a, en de alinea staat in dat document op bytes 9876 tot 10413.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/41fc55d23aa0271cdbd450b1c3ba3a69ba8f5ed0e97a8b06df318c195f18529a | shasum -a 256