Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7264.

7.3.1 In onderdeel 4 van de bijlage heb ik betoogd dat het de staatssecretaris niet vrij stond om aan het besluit terugwerkende kracht toe te kennen. Mijns inziens kan niet eerder dan op 2 januari 2008 een einde komen aan het ondernemerschap van de dga en zijn deelname aan een fiscale eenheid. In casu staat tussen partijen evenwel vast dat de wijziging van belanghebbende zich op 18 oktober 2007 heeft voorgedaan. Ik verwijs hier naar punt 4.3 van de uitspraak van het Hof, waarin het Hof overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat, indien het gelijk aan de Inspecteur is, de bestaande fiscale eenheid op 18 oktober 2007 is gewijzigd in die zin dat A daartoe niet langer behoort. Dat betekent dat in casu ervan moet worden uitgegaan dat belanghebbende in het tijdvak waarop de naheffingsaanslag ziet is gewijzigd en dat zij in dat tijdvak mogelijk een fictieve levering in de zin van artikel 3, lid 3, onderdeel a, van de Wet heeft verricht. Om dat te kunnen vaststellen is echter nader feitenonderzoek noodzakelijk, waarvoor in cassatie geen plaats is (vgl. punt 7.1.3).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b, en de alinea staat in dat document op bytes 42463 tot 43559.