Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 320 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7264.

2. Bij beëindiging van een fiscale eenheid als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de wet, worden de natuurlijke personen en lichamen in de zin van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die de fiscale eenheid vormden, voor het berekenen van de door hen verschuldigde belasting geacht in de plaats te zijn getreden van de fiscale eenheid, voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b, en de alinea staat in dat document op bytes 145961 tot 146369.