Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 349 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7264.

8.6.3 Ondanks de andersluidende vermelding in de hiervoor opgenomen passage, kan artikel 3, lid 3, aanhef en onderdeel a, van de Wet mijns inziens niet worden gezien als een geheel nieuwe bepaling. Tot 1 januari 2007 was namelijk in artikel 3, lid 1, aanhef en onderdeel g, van de Wet - conform het bepaalde in artikel 5, lid 3, aanhef en onderdeel a, van de Tweede richtlijn(51) - een bepaling opgenomen op grond waarvan 'het beschikken over goederen voor andere dan bedrijfsdoeleinden, ten gevolge waarvan deze het bedrijfsvermogen van een ondernemer verlaten;' als levering van die goederen werd aangemerkt.(52) Het lijkt mij dat deze bepaling - vanaf 1 januari 1979, toen de Zesde richtlijn in de Nederlandse wetgeving werd geïmplementeerd - toch wel kan worden gezien als uitwerking(53) van het bepaalde in artikel 5, lid 6, van de Zesde richtlijn, op grond waarvan als levering moet worden aangemerkt:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b, en de alinea staat in dat document op bytes 155674 tot 156595.