Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012
Alinea 357 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7264.
"(...) gaat het mijns inziens erom of de dga heeft gehandeld of heeft nagelaten wat tot gevolg heeft dat het investeringsgoed het btw-ondernemingsvermogen heeft verlaten. Als er sprake van zou zijn dat het investeringsgoed tot het btw-ondernemingsvermogen van de dga zou behoren, ligt het niet aan de dga dat dit goed vanaf 18 oktober 2007 niet meer tot het btw-ondernemingsvermogen behoort. De dga heeft dan ook niet gehandeld of iets nagelaten op 18 oktober 2007. Er kan dan ook naar mijn mening niet sprake zijn van een onttrekking in de zin van art. 16 richtlijn 2006/112/EG. Het spreekt voor zich dat het opnemen in een besluit dat in onderhavige situatie sprake is van een fictieve levering expliciet strijdig is met het gemeenschapsrecht. De fictieve levering dient immers uit de wet en de BTW-richtlijn voort te vloeien. Hiervan is naar mijn mening op grond van art. 3, derde lid, onderdeel a, Wet OB 1968 geen sprake."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b, en de alinea staat in dat document op bytes 159665 tot 160605.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b | shasum -a 256