Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 366 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7264.

8.6.10 Aan het voorgaande doet mijns inziens niet af dat uit artikel 3a, lid 2 en lid 3, aanhef en onderdeel b, juncto lid 2, van de Uitvoeringsbeschikking moet worden afgeleid dat bij verbreking of wijziging van de fiscale eenheid als gevolg van het uittreden van een van de tot deze eenheid behorende personen, de uittreder - dan wel, bij verbreking, ieder van de afzonderlijke personen - voor het berekenen van de door hem verschuldigde belasting geacht wordt in de plaats te zijn getreden van de fiscale eenheid, voor het deel dat tot hun bedrijfsvermogen behoort.(56) Immers, het gaat bij de onttrekking niet zozeer om het (economische) bedrijfsvermogen van onderscheiden onderdelen van een concern, maar om de ondernemer die onttrekt, en dat is de fiscale eenheid. Ik zou hier een parallel willen trekken met het doen van aangifte: het is de fiscale eenheid die aangiften omzetbelasting doet en niet de onderscheiden onderdelen daarvan. Ik wijs in dit verband op het arrest van het HvJ van 22 mei 2008, Ampliscientifica en Amplifin, C-162/07, V-N 2008/25.20, waarin het HvJ in punten 19-21 overweegt (met mijn cursivering):

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b, en de alinea staat in dat document op bytes 164925 tot 166067.