Citaat | Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Alinea 403 Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 14 december 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7264.

8.7.10 Weliswaar bestaat de fiscale eenheid na het vertrek van de dga in gevallen van een fiscale eenheid tussen dga en (één) werkmaatschappij als zodanig niet meer, maar het is mijns inziens niet de ondernemer die de goederen onder zich heeft, het is de (particuliere) dga die ze krijgt. Ik ben dan ook geneigd om te zeggen dat ook in een situatie waarin een (ex-)fiscale eenheid slechts bestaat uit de dga met de werkmaatschappij, sprake is van een onttrekking in de zin van artikel 3, lid 3, aanhef en onderdeel a, van de Wet. Voor de maatstaf van heffing maakt dat overigens niet uit. Ingevolge artikel 8, lid 3, van de Wet is de maatstaf van heffing voor alle in artikel 3, lid 3, van de Wet opgenomen (fictieve) leveringen gelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 42403cdae9d479622e8379c2f294e642a61a96687db98cc267ba7cd56bd7097b, en de alinea staat in dat document op bytes 183750 tot 184501.