Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7276.

3.3.2 Hierbij zij opgemerkt dat er in de jurisprudentie van het HvJ ook voorbeelden zijn van arresten waarin het HvJ oordeelt dat het gezag van gewijsde in bepaalde specifieke situaties doorbroken kan worden. Genoemd kunnen worden de arresten van 18 juli 2007, Lucchini, C-119/05, AB 2007, 362 m.nt. Ortlep, van 3 september 2009, Fallimento Olimpiclub, C-2/08, AB 2009, 335 m.nt. Widdershoven en van 6 oktober 2009, Asturcom, C-40/08, AB 2009, 357 m. nt. Widdershoven. J.A.R. van Eijsden, bespreekt in zijn artikel Res judicata pro veritate habetur: over het gezag van gewijsde in Europeesrechtelijk perspectief, WFR 2010/6 deze arresten. Kortheidshalve verwijs ik daarnaar

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98, en de alinea staat in dat document op bytes 51713 tot 52399.