Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Alinea 313 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7276.

"Tot slot is in artikel 3, derde lid, onderdeel c, een bepaling opgenomen die ertoe strekt het onder zich hebben van goederen door de ondernemer zelf of door zijn rechthebbenden in de heffing te betrekken wanneer de ondernemer zijn bedrijf beëindigt. De heffing vindt echter alleen plaats wanneer de ondernemer het recht op volledige of gedeeltelijke aftrek heeft verkregen bij de aanschaf van de goederen of bij het bestemmen daarvan op de voet van artikel 3, derde lid, onderdeel b. Eerder was heffing in dit soort gevallen mogelijk op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel g. Dit onderdeel g komt echter te vervallen met het in meer richtlijnconforme bewoordingen gestelde artikel 3, derde lid, onderdeel c, en met de overige wijzigingen in de leveringsbepalingen van artikel 3. Onderdeel c is gebaseerd op de facultatieve bepaling die is opgenomen in artikel 5, lid 7, onder c, van de Zesde Richtlijn. Deze bepaling vindt geen toepassing in de gevallen waarin een ondernemer zijn bedrijf overdraagt aan een andere ondernemer."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98, en de alinea staat in dat document op bytes 149659 tot 150708.