Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012
Alinea 331 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7276.
"Op 18 oktober komt vervolgens het btw-ondernemerschap tot een einde, met alle daaraan verbonden gevolgen. Deze gevolgen houden mijns inziens onder andere in dat art. 3, derde lid, onderdeel c, Wet OB 1968 toepassing dient te vinden. (...) De suggestie van Nieuwenhuizen dat de bedrijfsbeëindiging plaats dient te vinden door de ondernemer en dat een bedrijfsbeëindiging 'door' het HvJ EG niet als zodanig kwalificeert, deel ik niet. Nieuwenhuizen lijkt een soort 'bewustheid van handelen' te creëren, waarbij de ondernemer als het ware zelf de deuren van zijn bedrijf sluit. Een dergelijk bewustheidsvereiste valt niet uit de tekst van art. 3, derde lid, onderdeel c, Wet OB 1968 af te leiden. De oorzaak van de bedrijfsbeëindiging, in casu een uitspraak van het HvJ EG, is volgens mij dan ook niet relevant."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98, en de alinea staat in dat document op bytes 158548 tot 159375.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98 | shasum -a 256