Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Alinea 339 Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 november 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7276.

8.7.8 Dit gebrek aan overtuiging zit hem niet in de toepasbaarheid van artikel 3, lid 3, aanhef en onderdeel c, van de Wet in de situatie waarin de dga zelfstandig ondernemer was totdat aan dat ondernemerschap een einde komt ten gevolge van het arrest Van der Steen. Het komt mij voor dat de tekst van artikel 3, lid 3, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimte biedt om daaronder te brengen de situatie waarin de (ex-)ondernemer niet zozeer zijn bedrijf beëindigt in de strikte zin van het woord, maar aan het bedrijf (de richtlijn spreekt overigens over een belastbare economische activiteit)(68) een einde komt omdat de activiteiten die de betrokkene ontplooide - en blijft ontplooien - niet meer als bedrijf (economische activiteit) worden aangemerkt. Een dergelijke uitlegging is niet contrair aan de formulering van de bepaling en strookt evenzeer met de bedoeling die de bepaling mijns inziens heeft, te weten het voorkomen dat goederen na een sfeerovergang belastingschoon in de privésfeer terechtkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e1b7efb122ad1e43bd7ed2dd957596f767e0e34555cef88b38329792cfadba98, en de alinea staat in dat document op bytes 161962 tot 162987.