Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2012

Alinea 24 Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7290.

6. Het hof heeft het in het middel bedoelde verweer dus kennelijk opgevat als (primair) betrekking hebbend op de strafzaak en enkel in de strafzaak daarop gereageerd en gevolgen verbonden aan de overschrijding van de redelijke termijn. Dat stond het hof vrij, gelet op de aan de feitenrechter voorbehouden uitleg van verweren(4), en dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk. Uit het dossier van de strafzaak (en de hiervoor weergegeven overwegingen van het hof) blijkt dat het verhoor bij de inverzekeringstelling op 25 mei 2005 heeft plaatsgevonden, dat de strafzaak in eerste aanleg op 30 augustus 2005 pro forma is behandeld en pas op 9 juni 2009 inhoudelijk is behandeld. Uit het ontnemingsdossier volgt dat de ontnemingsvordering eerst bij oproeping van 12 mei 2009 aanhangig is gemaakt tegen de terechtzitting in eerste aanleg van 9 juni 2009. In beide zaken is vervolgens in eerste aanleg uitspraak gedaan op 23 juni 2009. De ontnemingszaak is dus vier jaar later aanhangig gemaakt dan de strafzaak, en uitgaande van die datum als datum aanvang van de redelijke termijn was daarin geen sprake van overschrijding van die termijn.(5) De pleitnotities vermelden voorts weliswaar de parketnummers van beide zaken, maar vermelden het verhoor bij de inverzekeringstelling op 25 mei 2005 als aanvang redelijke termijn, en houden in het kader van het betoog met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn bijvoorbeeld in dat het geen ingewikkelde strafzaak is, dat betrokkene van meet af aan zich heeft ingespannen om aan te tonen dat van strafbaar gedrag geen sprake was en dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in de (straf)vervolging. Niet is opgemerkt dat het openbaar ministerie ook niet-ontvankelijk verklaard zou moeten worden in zijn ontnemingsvordering (zoals wel is verzocht in eerste aanleg), noch is betoogd dat en waarom de termijn in die ontnemingsprocedure eerder zou zijn aangevangen dan de datum van aanhangig maken. Nu het betoog expliciete verwijzingen bevat naar de strafzaak, terwijl nergens specifiek is ingegaan op de ontnemingsprocedure, heeft het hof kunnen oordelen dat het gevoerde betoog enkel zag op de strafzaak en dat het derhalve niet was gehouden om (ook) in de ontnemingszaak daarop te reageren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c8c29fc8a905d9c0daec0054e127609a4b9e41d61710e6b780b0707cc845709. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c8c29fc8a905d9c0daec0054e127609a4b9e41d61710e6b780b0707cc845709, en de alinea staat in dat document op bytes 11024 tot 13308.