Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2012

Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7349.

5.2. In de verwerping van het beroep op noodweerexces ligt besloten dat het hof het niet aannemelijk heeft geacht dat verdachte heeft gehandeld in een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding door [slachtoffer 2] op [betrokkene 1] zou zijn veroorzaakt. De omstandigheid dat verdachte heeft gewacht met schieten op [slachtoffer 2] totdat deze goed stond, ligt mede aan dit oordeel ten grondslag. Daarnaast heeft het hof klaarblijkelijk acht geslagen op de verklaring die verdachte zelf heeft afgelegd ter terechtzitting. Daaruit blijkt dat het mes op aanvraag van verdachte en de mededader was geleverd door de broer van verdachte, dat verdachte eerst op [slachtoffer 1] heeft geschoten en daarna, toen verdachte zag dat dit naar zijn waarneming nog weinig effect had, dat heeft herhaald en dat hij heeft gewacht op de kans om [slachtoffer 2] te raken, die zich achter [betrokkene 1] bevond. In die verklaring rept verdachte niet van iets wat op een hevige gemoedsbeweging lijkt, laat staan van een hevige gemoedsbeweging die van doorslaggevend belang is geweest voor het schieten op beide Fransen.(4) Overigens heeft de verdachte ontkend dat hij [slachtoffer 2] heeft doodgeschoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0a0a481a783c548537b8ff82955fe208bb7bd157774418015d7c6f0dd8d77e0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0a0a481a783c548537b8ff82955fe208bb7bd157774418015d7c6f0dd8d77e0e, en de alinea staat in dat document op bytes 16985 tot 18186.