Citaat | Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 16 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7361.

9. Wat betreft het argument onder (a): niet duidelijk is op welke grond Watapana, althans haar advocaat, op grond van de brief van 5 september 2011 erop zou mogen vertrouwen dat het verschuldigde griffierecht wordt afgeboekt in rekening-courant. Voor zover uit de zaaksadministratie blijkt, heeft de advocaat van Watapana geen rekening-courantverhouding met de griffie van de Hoge Raad(4). Wat betreft het gestelde vertrouwen dat haar nog een nota griffierecht zou worden toegestuurd: de tekst van de brief, in het bijzonder de in alinea 3 geciteerde passage, rechtvaardigt niet het vertrouwen dat de wettelijke betalingstermijn niet zal worden gehandhaafd, noch dat de sanctie van niet-ontvankelijkverklaring bij niet tijdige betaling achterwege zal blijven. Over het een, noch over het ander wordt in die brief iets gezegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/771ca3af71fc347dd7adea0bec35eff7334dfd8c4f92b5129ba596a4a11172c1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 771ca3af71fc347dd7adea0bec35eff7334dfd8c4f92b5129ba596a4a11172c1, en de alinea staat in dat document op bytes 9245 tot 10083.