Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 162 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7644.

Met het vorenoverwogene is reeds duidelijk dat er naar 's hofs oordeel sprake was van een redelijke verdenking ten aanzien van de verdachte op het moment van zijn aanhouding. Mede tegen de achtergrond daarvan ziet het hof geen enkele indicatie om te twijfelen aan het waarheidsgehalte van de mededelingen van zowel de officier van justitie mr. Koorn als de advocaat-generaal, dat reeds op 3 oktober 2006 in de bespreking van de vaste kern leidinggevenden van het onderhavige onderzoek was gesproken over aanhouding van de verdachte en dat voornoemde mr. Koorn vervolgens op 4 oktober 2006 tot verdachtes aanhouding heeft besloten. Dat het gewraakte gesprek van 5 oktober 2006 op enigerlei wijze bepalend is geweest voor de beslissing tot aanhouding van de verdachte, is dan ook niet aannemelijk. Aangenomen kan worden dat dit gesprek uitsluitend ertoe heeft geleid dat het tijdstip van zijn aanhouding is vervroegd, teneinde een treffen en daarmee een gegevensuitwisseling tussen de verdachte en mr. Van der Velde, advocaat van medeverdachte [betrokkene 1] die toen in beperkingen zat, te voorkomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91, en de alinea staat in dat document op bytes 64330 tot 65442.