Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7644.

Voor zover de verdachte heeft willen betogen dat het openbaar ministerie het beginsel van zuiverheid van oogmerk détournement de pouvoir, dat wil zeggen zijn bevoegdheden voor een ander doel heeft aangewend dan waarvoor het die bevoegdheden zijn toegekend, dan wel enig ander beginsel van behoorlijke procesorde heeft geschonden, door verdachtes inverzekeringstelling dan wel de voortduring daarvan uitsluitend te gebruiken om getuigen en/of medeverdachten onder druk te zetten, een en ander zoals aangevoerd, acht het hof dit geenszins aannemelijk geworden. Het hof wijst in dit verband andermaal op hetgeen hierboven is overwogen omtrent het naar 's hofs oordeel destijds bestaande redelijke vermoeden van schuld, waardoor verdachtes inverzekeringstelling werd gerechtvaardigd. Ook is naar 's hofs oordeel niet aannemelijk geworden dat de voortduring van verdachtes inverzekeringstelling onrechtmatig was, nu deze klaarblijkelijk en niet onbegrijpelijk werd gerechtvaardigd door de onzekerheden waardoor het onderzoek in deze (vroege) fase van de strafzaak werd gekenmerkt, in samenhang met de omstandigheid dat (als gevolg daarvan) nader onderzoek diende plaats te vinden met het oog op het als zeer ernstig aan te merken feit waarvan de verdachte werd verdacht. Voldoende aannemelijk is dan ook dat het belang van het onderzoek de voortduring rechtvaardigde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91, en de alinea staat in dat document op bytes 65558 tot 66935.