Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 205 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7644.

54. Verdachtes raadsvrouw stelt in haar ter terechtzitting van 26 mei 2010 voorgedragen(8) pleitnota dat verdachtes in art. 6 lid 3 onder d EVRM vervatte ondervragingsrecht is geschonden doordat de verdachte niet in de gelegenheid is gesteld de getuigen bij gelegenheid van het verhoor van die getuigen zelf te ondervragen. Daarbij wordt wel uiteengezet dat verdachte er de voorkeur aan heeft gegeven zijn toenmalige raadsman tijdelijk uit diens functie te ontheffen om zo te bewerkstelligen dat de rechter-commissaris hem wel bij die verhoren mocht toelaten maar wordt niet geklaagd dat de verdachte is afgehouden van de advocaat van zijn keuze. Daarom heeft het Hof hierin niet een verweer behoeven te zien inhoudende dat de verdachte is afgehouden van de advocaat van zijn keuze.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91, en de alinea staat in dat document op bytes 84125 tot 84921.