Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7644.
12. Hetgeen het Hof te dien aanzien heeft overwogen zoals vermeld in het hiervoor aangehaalde gedeelte uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 juni 2010, in het bijzonder de punten a en d, kan het oordeel van het Hof zonder meer dragen. Het getuigt van een wel bijzondere lichtzinnigheid er - zoals verdachtes raadsvrouw kennelijk heeft gedaan - zonder meer vanuit te gaan dat het onderzoek ter terechtzitting van 9 juni 2010 nog niet zover zou zijn gevorderd dat het requisitoir zou zijn gehouden en zij zou moeten pleiten. Daarbij teken ik aan dat verdachtes raadsvrouw ter terechtzitting van 26 mei 2010, toen de datum van de voortzetting van de behandeling werd bepaald, wel heeft aangevoerd dat zij op de door het Hof beoogde dag, 3 juni 2010, met vakantie was, maar zij er niet op heeft gewezen dat zij - zoals zij ter terechtzitting van 9 juni 2010 heeft aangevoerd - twee weken verlof had en ervan uitging dat het op de zitting van 9 juni 2010 nog niet aan pleiten toe zou komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91, en de alinea staat in dat document op bytes 16390 tot 17401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91 | shasum -a 256