Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Alinea 89 Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU7644.

22. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van 9 juni 2010 - zoals hiervoor onder 8 en 14 is weergegeven - blijkt dat verdachtes raadsvrouw toen het op pleiten aankwam, daartoe in haar ogen niet in staat was, de verdediging daarom heeft neergelegd en dat aan het Hof heeft medegedeeld. Het Hof heeft wel aangeboden de zitting enige tijd te onderbreken om de raadsvrouw in de gelegenheid te stellen het pleidooi voor te bereiden maar die tijd achtte verdachtes raadsvrouw verre van voldoende. Zij dacht tenminste een maand nodig te hebben om het pleidooi voor te bereiden. Nadat verdachtes raadsvrouw de verdediging had neergelegd heeft het Hof het onderzoek voortgezet en verdachte in de gelegenheid gesteld de verdediging te voeren. Verdachte heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. Daarna heeft het Hof het onderzoek gesloten. Dit leidde er toe dat verdachte niet beschikte over de bijstand van een advocaat toen hij zich moest verdedigen tegen de vordering van de Advocaat-Generaal.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58a6fa0f10fddd663dd97748f5517dbac3142af532dc3aad72c11d4e583eba91, en de alinea staat in dat document op bytes 36475 tot 37483.