Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8513.

3.5.2 Met de geëerde steller van het middel meen ik dat 's Hofs onder 3.4 besproken uitleg ook onpraktisch zou zijn wat onaannemelijk maakt dat art. 2.9 Lpr zo moet worden gelezen. Gevolg zou (allicht) zijn dat een datum voor pleidooi zou moeten worden bepaald en dat de agenda van raadsheren en der partijen advocaten en eventueel ook van partijen zelf zou worden geblokkeerd voor een bepaald dagdeel terwijl op dat moment (te weten: eerst vindt nog aktewisseling plaats) onzeker is of pleidooi nadien (voldoende) nuttig zal zijn. Dat laatste valt immers gemeenlijk eerst te beoordelen ná het wisselen van aktes. Daarmee staat 's Hofs benadering haaks op een soepel verlopende procesgang.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/71a32dd7872da42fb2ad35ef9c3928aaf30f9b1be5042968c7d1caa74b49aaa2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 71a32dd7872da42fb2ad35ef9c3928aaf30f9b1be5042968c7d1caa74b49aaa2, en de alinea staat in dat document op bytes 13470 tot 14174.