Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 78 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8514.

4.2 Wanneer [eiser] het gelijk aan zijn zijde zou hebben, zou dat tot merkwaardige en ook tot onwenselijke uitkomsten leiden. Het zou betekenen dat een gedaagde die in eerste aanleg gedeeltelijk ongelijk heeft gekregen en die daarin om hem moverende redenen berust in appèl zou moeten verschijnen om (voorwaardelijk) incidenteel beroep in te stellen om te voorkomen dat in ander verband zou worden voortgebouwd op een oordeel over de kwestie waaromtrent hij de strijd opgeeft. Dat zou zelfs ronduit onwenselijk zijn ten aanzien van partijen die zich om financiële redenen niet kunnen veroorloven meer advocatenkosten te maken dan ze al hebben gedaan; een situatie die zich in casu voordeed. Ik sluit zeker niet uit dat een dergelijk stelsel op gespannen voet zou kunnen staan met art. 6 EVRM. Zeker in een tijd waarin de overheid meent dat rechtspraak kostendekkend moet zijn met alle gevolgen van dien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ef805ccd3f544520e0e8606b5794fee8d4cd45a17e52b8a5ff0cb417a750d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ef805ccd3f544520e0e8606b5794fee8d4cd45a17e52b8a5ff0cb417a750d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 26524 tot 27442.