Citaat | Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Alinea 79 Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 30 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8514.

4.3 Gelukkig behoeven we het niet te hebben van het wenselijk recht. Het standpunt van [eiser] is ook iure constituto onjuist. Dat kan er (inderdaad) toe leiden dat in zekere zin wonderlijke situaties ontstaan. Toegespitst op deze zaak zou het meebrengen dat voor een deel van het geschil rechtens geldt dat er wél en voor een ander deel dat er rechtens geen arbeidsovereenkomst was. Het komt intussen wel vaker voor dat de wegen van het recht leiden tot voor niet geschoolde waarnemers niet aanstonds begrijpelijke resultaten. Als voorbeeld noem ik een recente uitspraak van de hoogste rechter van - als ik me goed herinner - Finland. Ontdaan van wat thans niet relevante franje was een kind naar beneden gestort op de niet afgebakende rand van een steile helling aan het uiteinde van de grootste toeristische trekpleister van het land. Al meer dan twintig jaar was er niets gebeurd. Geoordeeld werd dat sprake was van een zeer gevaarlijke situatie. Voor een jurist is dat heel duidelijk. Voor een onbevangen lezer misschien wat minder wanneer wordt bedacht dat van de miljoenen bezoekers nooit eerder iemand naar beneden was gestort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7ef805ccd3f544520e0e8606b5794fee8d4cd45a17e52b8a5ff0cb417a750d9f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7ef805ccd3f544520e0e8606b5794fee8d4cd45a17e52b8a5ff0cb417a750d9f, en de alinea staat in dat document op bytes 27462 tot 28611.