Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8515.

2.4. Bij wijze van intermezzo: in de vakliteratuur is vanuit een andere invalshoek - niet het Haviltex-criterium om te bepalen of een overeenkomst van achterstelling tot stand is gekomen, maar in het kader van de vraag wat rechtens is wanneer een controlerend aandeelhouder aan de vennootschap een of meer leningen verstrekt in een situatie waarin een derde dat niet zou doen(11) - naar voren gebracht dat in bepaalde situaties er reden kan zijn om bij de afwikkeling van het faillissement deze geldlening(en) te behandelen als achtergestelde vordering(en), ook al is er geen sprake van een overeenkomst van achterstelling als bedoeld in art. 3:277 lid 2 BW. Voor zulk een achterstelling bestaat geen reden in een situatie waarin ook een derde een dergelijke lening zou hebben verschaft(12). Het betoog was mede geïnspireerd door de toenmalige Duitse wettelijke regeling voor Eigenkapitalersetzende Gesellschafterdarlehen(13).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4, en de alinea staat in dat document op bytes 13339 tot 14280.