Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Alinea 43 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8515.

2.10. Indien het middel berust op de gedachte dat deze kort lopende geldleningen voor een bepaalde tijd zijn verstrekt - namelijk voor de periode totdat DCC hetzij (aanvullend) bankkrediet, hetzij (aanvullende) inbreng van kapitaal zal hebben verkregen - en in dat geval niet tussentijds konden worden opgezegd door de schuldeisers, treft de klacht geen doel. Het hof, dat verwijst naar de stellingen in het beroepschrift, heeft een betoog van die strekking niet in het beroepschrift gelezen. Dat is, gezien de stukken, niet onbegrijpelijk. Het hof heeft de verwijzing in de pleitnota van DCC(21) naar de mededelingen van de financieel directeur kennelijk niet opgevat als een nieuwe grond voor het hoger beroep; daargelaten de vraag of een nieuwe grond voor het eerst bij pleidooi in appel kon worden aangevoerd(22).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4, en de alinea staat in dat document op bytes 20598 tot 21428.