Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 januari 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU8515.
2.13. Deze klacht mist de door art. 419 Rv vereiste feitelijke grondslag. Integendeel, het hof overweegt in rov. 3.3.6 dat de stelling van DCC, dat N.V. Illinois en [verweerster 2] zonder meer te vereenzelvigen zijn met de [A]-groep, tot wie zij dit verwijt richt, onvoldoende is onderbouwd. Op deze grond kon het hof het beroep op compensatie afwijzen. Daarenboven heeft het hof nog overwogen dat in deze faillissementsprocedure niet summierlijk is vast te stellen dat de gestelde vordering op afzienbare termijn zal kunnen leiden tot een veroordeling van beide genoemde schuldeisers, die ook nog van voldoende omvang zou moeten zijn om te kunnen verrekenen(24).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4, en de alinea staat in dat document op bytes 24026 tot 24703.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/855a34f50602af184cfc90517632a8532562263826936b7a286f1868917315c4 | shasum -a 256